Ginkgo Biloba (Japanse notenboom) De Ginkgo is een van de weinige bladverliezende coniferen. Het blad is samengesteld uit naalden die tegen elkaar aan 'geplakt' zijn. In de zomer is het blad frisgroen.
(Foto's met dank aan "Node")
In de herfst is de soort erg mooi door zijn gele blad. Bescherm de Ginkgo in de winter tegen vorst. Liefst een vorstvrije ruimte.
Ulmus Parviflora
Een soort die veelvuldig wordt verkocht als “Bonsai” in tuincentra (vaak Mallsai) De Parviflora wordt vaak bestempeld als binnenbonsai maar is het allerminst. De Ulmus gedijt vele malen beter wanneer de boom de seizoenen kan volgen en gewoon zijn winterrust kan houden. Wanneer buiten gehouden is het een soort die geschikt is voor de beginnende- tot de gevorderde Bonsaïst.
Wanneer de Ulmus gesnoeid wordt beloond hij dat door uitbundig uit te lopen, de soort lijkt er zelfs van te houden. Door gericht te snoeien is de Ulmus goed te vormen en hoeft er minder bedraad te worden. Een tip hierbij is het bedenken welke richting de te snoeien tak op moet groeien. Is dat naar rechts? Snoei dan tot een blad dat naar rechts wijst (snoei dus voor het blad dat de “juiste” richting op wijst) De nieuw te groeien tak zal die richting op groeien.
Een andere leuke eigenschap van de Parviflora is de fijne vertakking die te bereiken is door bladsnoei. Neem hiervoor een tak die geheel verhout is en waarvan de bladeren zijn afgehard (later in het seizoen dus) Snoei hiervan alle blad weg, maar laat het bladsteeltje staan. De boom zal voor elk gesnoeide blad een nieuw takje laten groeien. Kijk voor meer info over bladsnoei even hier.
Beginners verwisselen de Ulmus vaak met de Zelkova of andersom. De bladeren van de Ulmus zijn echter stugger, harder, minder scherp gekarteld en donkerder van kleur dan de Zelkova.
Serissa Foetida Foetida betekend letterlijk "de stinkende". Wanneer het blad of de wortels gesnoeid worden wordt een aparte geur verspreid. De Serissa wordt ook wel "Ko-cho-boku" ofwel "boom van duizend sterren" genoemd. Het is een soort die vaak verkocht wordt maar zeker niet een van de gemakkelijkste is. De soort is subtropisch en moet daarom, in ons klimaat, binnen gehouden worden. In de zomer is de Serissa prima buiten te houden, totdat het 's nachts kouder wordt dan 15 graden. Dan wordt het tijd de Serissa naar binnen te verplaatsen, en dat is vaak waar de problemen beginnen. Kort na het naar binnen verplaatsen krijgt de boom steeds meer gele blaadjes en wordt kaal. Tips:
- Zet de Serissa liefst niet voor het raam maar op een lichte plek ver van de verwarming af. Op hete dagen wordt het achter glas te heet, en 's nachts op koude nachten te koud. Doe dit overigens met al uw binnenbonsai
- Zet de boom op een met grind/kiezels gevulde schaal met daarin water. Dit verhoogt de luchtvochtigheid. Zorg ervoor dat de pot niet in het water staat, dit voorkomt wortelrot.
- Kies als grondmengsel een luchtig mengsel maar dat wel redelijk vochtig blijft. Een mix van Akadama en kant en klare bonsai grond van het tuincentrum is een optie.
|