Bonsai Techniques


In dit deel zullen een aantal technieken worden beschreven die worden gebruikt voor het vormen en verzorgen van Bonsai. Alleen een aantal van de meest gebruikte technieken zullen echter ter sprake komen.




Foto: Acer Palmatum (Lodder)



Inhoud


  1. Bladsnoei

1.1.     Wat is bladsnoei?

1.2.     Waarom bladsnoei?

1.3.     Wanneer bladsnoei?

1.4.     Hoe?

1.5.     Geschikte soort voor bladsnoei?

1.6.     Nazorg?


  1. Bemesting

2.1.     NPK

2.2.     Waarom wil ik bemesten, wat wil ik bereiken?

2.3.     Wanneer begin ik met bemesten?

                2.4.     Synthetische- of organische meststof?


3.      Verpotten & wortelsnoei


                3.1.    Wanneer?

3.2.     Hoe?

3.3.     Nazorg?

    1.    Bladsnoei


Het is een techniek die vaak gebruikt wordt, maar die zeker niet als een van de gemakkelijkste gezien moet worden.
Dit komt o.a. door het feit dat bladsnoei een ingreep is die erg veel energie van uw Bonsai vergt. Mede daarom is het geen ingreep die zomaar uitgevoerd kan- en moet worden. Voor de beginnende Bonsaïst is dit een ingreep die vaak niet het gewenste resultaat oplevert.


    1.1.    Wat is bladsnoei?
Bladsnoei is het, al dan niet, geheel verwijderen van het blad aan de (loof)boom. Hierdoor loopt de boom nog een keer uit, wat hij normaal gesproken pas het volgende seizoen (in de lente) zou doen. In feite gaat de boom dus een aantal maanden vooruit in de tijd, en dat vergt erg veel energie van je Bonsai. Zorg er dus voor dat je boom in goede conditie is voor je aan bladsnoei begint. Uiteraard vergt het verwijderen van alle blad aan de boom meer energie dan gedeeltelijke bladsnoei.


Terug naar boven

 
    1.2.    Waarom bladsnoei?
Bladsnoei wordt om een aantal verschillende redenen toegepast:

  1. Het verfijnen van de vertakking:  Om dit te bereiken wordt al het blad aan de boom verwijderd.
  1. Het afstemmen van de groei aan de boom:  Hierbij worden alle bladeren die groter zijn dan de rest verwijderd. Tevens wordt het uiteinde van alle andere resterende bladeren verwijdert.
  1. Het aansterken of verzwakken van één specifieke tak ten opzichte van de rest van de boom:
    • Verzwakken van een tak ten opzichte van de rest:  op de meer ontwikkelde/dominante tak(ken) pas je bladsnoei toe. De rest van de takken krijgen dan meer de kans zich te ontwikkelen omdat er meer voedingstoffen naartoe kunnen.
    • Versterken van een tak ten opzichte van de rest:  bladsnoei wordt dan toegepast op alle takken behalve de minder ontwikkelde en zwakke takken. Deze takken krijgen dan meer ruimte (voedingsstoffen) om te ontwikkelen.

Vaak wordt gedacht dat bladsnoei een middel is voor het verkleinen van het blad. Dit is echter een secundair gevolg. De vertakking die ontstaat door bladsnoei heeft meerder kleinere bladeren toch gevolg omdat deze samen dezelfde energie opleveren als een enkel, maar groter blad. Het blad kan hierdoor kleiner blijven dan wanneer er minder, maar groter blad aan de boom zit.



    1.3.    Wanneer bladsnoei?
Het kiezen van het juiste moment is zeer belangrijk. Bladsnoei kan worden toegepast als de nieuwe knoppen voor het volgende seizoen zijn gevormd, maar nog niet zijn afgehard voor de winter. Is dat al wel gebeurt dan lopen ze niet meer uit tot na de winter.

Het moment wanneer je bladsnoei kan toepassen is dus niet een vaste datum, maar is afhankelijk van de weersinvloeden en de conditie van jouw Bonsai op dat moment
.


    1.4.    Hoe?
Waar bij het verwijderen van het blad op gelet moet worden is de plaats waar het blad afgeknipt wordt, wat per soort verschilt.

Bij soorten met een lange bladsteel (sommige Acer soorten) wordt het gehele blad verwijdert inclusief een deel van de bladsteel. De soorten met kortere bladstelen (bv. Ulmus) blijft een deel van het blad staan.

Let wel, bij alle soorten (met korte- of lange steel) blijft een deel van de bladsteel staan! Dit wordt gedaan omdat anders de knop die na de bladsnoei moet uitlopen, en vlak achter de bladsteel zit, zou kunnen uitdrogen wanneer het blad en de bladsteel uitdrogen.


Terug naar boven


    1.5.    Geschikte soort voor bladsnoei?

Bladsnoei kan op bijna alle soorten worden toegepast. Sommige soorten kunnen er echter minder goed tegen, maar ook op deze soorten wordt wel bladsnoei toegepast. Soorten die minder goed tegen bladsnoei kunnen zijn bijvoorbeeld de beuk en vruchtdragende bomen.

Aan de andere kant zijn bijvoorbeeld Acers en de Ulmus zeer geschikt voor bladsnoei. Bij Acers wordt soms wel tot 3 keer in een seizoen bladsnoei toegepast.



    1.6.    Nazorg?
Om de boom zo snel mogelijk na de ingreep weer uit te laten lopen moet op een aantal punten gelet worden:

  • Zet de boom uit de wind en op een zonnige plek. De warmte van de bodem, en dus de wortelkluit, zorgt ervoor dat de boom snel weer uitloopt. Zet de boom niet te lang in de felle zon want de nieuwe groei is delicaat (de zon is in de lente immers nog niet zo fel als in de zomer)
  • Houd de wortels goed vochtig, maar zeker niet te nat! Doordat de boom geen of minder water kan verdampen, en dus minder water verbruikt, kan wortelrot ontstaan.
  • Dagelijks benevelen van de boom bevorderd het uitlopen van de boom aanzienlijk. 


2.            Bemesting

Een andere techniek die veel gebruikt wordt bij Bonsai is de manier van bemesten. Bonsai worden zeer gericht bemest, zowel op de boomsoort als op hoeveelheid mest en samenstelling. Zeker de gevorderde Bonsaïst gebruikt een uitgebalanceerd en vaak ingewikkeld bemestingsprogramma. Met ingewikkeld wordt hier bedoeld dat er verschillende soorten meststoffen met verschillende eigenschappen gemengd worden.

 

Er zijn hele artikelen en zelfs boeken over bemesting geschreven, die de beginnende Bonsaïst het hoofd al snel doen tollen. Hierdoor is de bemesting al snel een mistig en onbekend terrein voor de beginner. 

Het is hier dan ook niet de bedoeling een uitgebreide- en ingewikkelde uitleg te geven over de bemesting van Bonsai, maar juist een meer algemene met natuurlijk een aantal simpele tips voor de beginnende Bonsaïst.

 Terug naar boven

   
    2.1.          NPK

Om het doel van bemesten goed te begrijpen moet allereerst de term “NPK” uitgelegd worden. NPK zijn een aantal werkzame bestandsdelen in mest namelijk: Stikstof (N), Fosfor (P) en Kalium (K)

Deze stoffen hebben allemaal een specifieke werking op de boom:

  • Stikstof (N) bevordert de groei en vorming van alle groene delen. Zonder stikstof geen groei!
  • Fosfor (P) zorgt o.a. voor de wortelvorming, knopontwikkeling en eventuele bloei
  • Kalium (K) zorgt ervoor dat de boom goed “afhard” en maakt de plant beter bestand tegen droogte, vorst, ziekten en plagen. Tevens verbetert het de vochtopname door de wortel en verlaagt het de vochtafgifte van de bladeren.


    2.2.          Waarom wil ik bemesten, wat wil ik bereiken?

Deze NPK stoffen zorgen dus samen, en  apart, voor een ontwikkeling in de boom. Wanneer er na de bloei van bijv. Azalea’s bemest wordt met een meststof die weinig N, maar meer PK bevat, dan wordt de bloei van het volgende jaar gestimuleerd, en kan je ook dan weer genieten van veel bloemen in je Bonsai.

 

Belangrijk is dus te weten wat je wil bereiken door bemesting:

  • Meer groei van de boom wanneer deze in de opbouwfase is en een dikkere stam en meer takken moet ontwikkelen? Gebruik nu dan een meststof met hogere N waarden.
  • Meer bloemen en knoppen van goede kwaliteit voor het volgende seizoen? Bemest dan na de laatste bloei met hogere P waarden.
  • Afharding van de boom voor de winter? Gebruik dan hogere K waarden naarmate de herfst nadert. We willen immers bereiken dat de groei stopt, dat de knoppen zijn afgehard om goed de winter door te komen en de boom in een goede conditie is.
Het is dus goed om te weten in welke dosering, welke periode en welk moment in de ontwikkeling van je boom bemest moet worden. Zo wordt er voor de gevorderde bomen een meststof gebruikt met een lage N. Het is immers alleen de bedoeling de boom te onderhouden en geen explosieve groei meer uit te lokken waar grotere bladeren en langere internodiën het gevolg van kunnen zijn.

Bomen die nog in de opbouwfase zijn kunnen best wat zwaarder bemest worden.

 
Naast de genoemde NPK stoffen zijn er nog een heleboel spoorelementen, die in heel lage mate aanwezig zijn. Deze zijn ook van belang, maar het gaat te ver deze hier te bespreken.

 

    2.3.          Wanneer begin ik met bemesten?
Je begint met bemesten van je Bonsai wanneer de sapstroom weer op gang komt na de herfst, niet door op de kalender te kijken! Het moment om te bemesten is het moment waarop de knoppen gaan schuiven. Kortom wanneer je boom weer tot leven komt. Het is verstandig net iets daarvoor te beginnen met bemesten wanneer je organische mest gebruikt. Over het algemeen wordt bemest vanaf maart t/m oktober.

 


    2.4          Synthetische- of organische messtof?

De beginnende Bonsaïst raad ik aan te beginnen met een organische messtof i.p.v. een synthetische (kunstmatig en oplosbare) meststof. Hieronder zullen de voor en nadelen van beide messtoffen besproken worden zodat je zelf een keuze kunt maken.

  • Vaste meststoffen hebben een langdurige werking en hoeven minder vaak toegepast te worden. De mestkorrels lossen bij elke watergift een klein beetje op en komen in de bodem terecht. Daar wordt de meststof omgezet in voor de boom opneembare stoffen. De werking van de meststoffen is voornamelijk afhankelijk van de weersomstandigheden, maar omdat de werking zo geleidelijk is voorkom je verbranding van de wortels door overbemesting. Aan de andere kant is een vaste meststof moeilijk te doseren doordat ze zo lang liggen & werken.
  • Vloeibare meststoffen spoelen sneller uit waardoor vaker bemest moet worden en mogen nooit gegeven worden op een droge aarde. Geef dus altijd eerst water voor je gaat bemesten met een vloeibare meststof. Vloeibare meststoffen verhogen de kans op verbranding van de wortels doordat er snel een te hoge concentratie gegeven wordt. Aan de andere kant zijn vloeibare meststoffen zeer nauwkeurig te doseren.

 

Vanwege de bovenstaande redenen gebruik ikzelf ook nog steeds een organische meststof. Het gebruik daarvan hoeft helemaal niet zo ingewikkeld te zijn als het misschien lijkt. In het begin is het belangrijkste doel het in leven houden van je boompje. Daar zijn geen ingewikkelde, dure, en samengestelde mestsoorten voor nodig. Pas in een later stadium kan je je wat meer gaan verdiepen in de materie en gerichter gaan mesten.


Terug naar boven


3.            Verpotten & wortelsnoei

Een boom in een pot groeit niet alleen bovengronds. De wortels groeien, ook bij Bonsai, gewoon door. Doordat de boom in een pot staat hebben de wortels maar een beperkte ruimte om te groeien. Hierdoor gaan de wortels na verloop van tijd rond groeien in de pot, ook wel “matten” genoemd. Er ontstaat dan een wortelkluit die veel te compact is en hierdoor niet goed meer kan functioneren. Vocht en lucht kunnen immers niet goed meer door dringen. Gevolg hiervan is dat binnenin de kroon er takken zullen afsterven en knoppen en bladeren verdorren. De boom zal steeds verder verzwakken en uiteindelijk dood gaan. Om deze reden wordt er om de zoveel tijd bij het verpotten wortelsnoei toegepast.

 

    3.1.          Wanneer?
De vuistregel is in het voorjaar als de knoppen zwellen, maar vlak voor ze uitlopen. Dit verschilt per soort. Voorjaarsbloeiers worden na de bloei verpot. Naaldbomen later in de lente. Kijk naar de wortelkluit in hoeverre de wortels matten en beslis dan of verpotten noodzakelijk is. Te vaak verpotten is ongunstig voor de ontwikkeling van de boom.

Belangrijk is te weten dat de boom alleen verpot kan worden wanneer deze gezond is. Verpotten van een verzwakte boom kan tot verdere terugval van de boom leiden. Verpotten van een zwakke boom wordt alleen gedaan wanneer de oorzaak ergens in de wortels of het grondmengsel ligt en als laatste redmiddel.

 Terug naar boven

    3.2.          Hoe?
Vervangen v/d grond:
Bij het verpotten wordt een groot deel van de oude grond verwijdert en vernieuwd. Het verwijderen van de grond kan op verschillende manieren worden  gedaan:
  • Uitspoelen: Soms wordt de kluit geheel uitgespoeld m.b.v. water onder druk. Hiermee wordt alle oude grond verwijderd. Let wel, dit is een zeer intensieve en vergaande manier. Voor de beginner niet echt een aanrader.
  • Uitkammen: De andere is het uitkammen van de wortelkluit met een eetstokje of een wortelhaak. Begin aan de zijkanten van de wortelkluit, maar kam niet alleen de wortels aan de buitenkant maar ook het gedeelte direct onder de stam en rondom de wortelvoet, tot de wortels mooi los hangen.
Nu we toch goed zicht hebben op de wortels is het meteen het goede moment even te controleren op wortelrot en ongewenste gasten als wortelluis, lapsnuitkever etc.

 

Wortelsnoei:

Wanneer de kluit is uitgekamd is duidelijk te zien wat de nieuwe groei is, en wat de oude. De vorm van de pot is immers te zien in de kluit. Alles wat daarbuiten groeit is nieuwe groei en kan gesnoeid worden. Snoei alle verticaal groeiende wortels weg en kort de horizontale wat in. Door deze snoei ontstaat een fijnere wortelgroei die optimaal functioneert.

Zet als beginner niet meteen te drastisch de schaar in de wortels. Snoei nooit meer dan 1/3 van de wortels weg.


Plaatsen in de pot:
Voordat de boom in de pot geplaats kan worden moeten er een aantal zaken gedaan zijn. Allereerst moet er gaas over de drainagegaten geplaatst zijn, en vastgezet zijn met een stukje draad. Vervolgens wordt er in de pot een verankeringdraad aangebracht. Dit is een gewone draad die ook gebruikt wordt bij de bedrading van de Bonsai. De draad loopt door het 1e afwateringsgat onder de pot door, en komt door het andere gat weer omhoog. Zorg daarna voor een laagje grond op de bodem van de pot. Liefst een grove grondsoort.

Zet de boom terug in de pot en veranker de boom met de draad. Hiermee voorkom je schade aan de nieuw te groeien wortels bij verplaatsing of wind. Voeg nu de nieuwe grond toe. Zorg ervoor dat de pot goed en gelijkmatig is gevuld met grond. Gebruik bij voorkeur een eetsokje om de grond overal tussen te krijgen.

Geef de boom hierna een goede scheut water. Dit zorgt direct voor extra versteviging en voorkomt luchtruimten in de pot.

 

    3.3.          Nazorg?
Zet de boom na het verpotten op een beschutte plaats en uit de directe zon. Benevel de takken maar wees voorzichtig met de watergift.

Geef de boom na het verpotten tot 3 à 4 weken geen mest. Bladbemesting zou eventueel wel mogelijk zijn.



FreeSiteDesigner.com